die eraan denkt,
wordt weleens gezegd.
En toch denk ik eraan.
Juist nu.
Nu mijn lichaam besloot
de haarkraan dicht te draaien
om mijn leven te redden
en ik er een heel andere vorm
voor terugkrijg.
⸻
Haar is biologisch gezien
slechts dood weefsel,
maar emotioneel en cultureel
is het springlevend.
Bij ernstige ziekte
of acute stress
zet het lichaam
alle overlevingsmechanismen aan.
Bloedtoevoer en energie
gaan naar de vitale organen.
"Luxe" processen — zoals haargroei —
worden direct stilgelegd.
Haarzakjes reageren door in ruststand te gaan.
En na het ingaan van de rustfase
blijven de haren nog maanden
los in je hoofdhuid zitten
voordat ze daadwerkelijk uitvallen.
Het lichaam heeft tijd nodig
om de slapende haren
los te laten.
En tijd...
had ook mijn brein nodig.
Om deze verrassing te verwerken.
Maar mijn nieuwsgierigheid
neemt het dan al snel over.
Hoe fascinerend het is...
Dat we worstelen
met haar op de verkeerde plekken,
terwijl we rouwen om haar op de juiste plek.
⸻
Historisch gezien
heeft haar op het hoofd
altijd symbool gestaan voor
levenskracht en status.
Het verliezen van haar
stond gelijk aan het verliezen van macht
of het ondergaan van een straf.
Zoals het kaalscheren
van collaborateurs.
Misschien zit dat nog
zo diep in ons systeem
dat we bang zijn
onze haren te verliezen.
Mijn gedachten gaan dan uit naar kale mensen.
Mijn interesse
naar de gevolgen en emoties eronder.
Want na enig zoeken blijkt...
dat mensen in de oudheid
net zo vaak kaal waren als nu,
alleen wordt dit om commerciële en esthetische redenen
vaak volledig weggefilterd.
Genetische kaalheid was
in vroeger jaren, een enorm sociaal
en psychologisch probleem.
⸻
Dat we in films
vooral weelderige haardossen zien,
is een staaltje geschiedvervalsing.
Omdat het symbool stond
voor viriliteit en macht,
deden de groten der aarde
destijds de meest wanhopige pogingen
om hun kale hoofden te verbergen.
De allereerste extreme comb-over
kwam van Julius Caesar
en hij droeg zijn iconische lauwerkrans
voornamelijk om zijn kale kruin te maskeren.
De hoefijzervormige krans die overblijft
bij kaalheid heet in de medische wereld
nog altijd de hippocratische krans.
De vader van geneeskunde was zelf
zo kaal als een knikker
en smeerde uit pure wanhoop,
een mengsel van duivenpoep op zijn hoofd.
Egyptenaren smeerden hun hoofden
met dierenvet of droegen pruiken.
Zowel mannen
als vrouwen.
⸻
Een volle bos haar
wordt dus nog steeds geassocieerd
met jeugd, heldendom en kracht.
Films weigeren vaak,
zelfs wanneer de geschiedenis daarom vraagt,
een kale acteur.
Kaalheid in films
wordt helaas, nog steeds,
vaak gereserveerd
voor de schurk of de komische noot.
Misschien is het daarom
dat de verbinding...
van de biologische realiteit,
de historische frustratie en
de humoristische paradox
in dit schrijven terugkomt.
Doordat ik hem voel
in de diepere onderstroming.
⸻
Want als mens
zijn we ook hypocriet
als het om haar gaat.
Haar op ons hoofd?
Heilig.
We geven er kapitalen aan uit.
Haar op onze benen, rug of in de neus?
Het lijkt bijna een misdaad
tegen de menselijkheid
die vaak direct geëpileerd
of weggelaserd moet worden.
Ons eigen haar
wikkelen we liefdevol
om onze vinger.
Het haar dat op het hoofd
van een onbekende heeft gegroeid
vinden we als pruik of extension vaak prachtig.
Aanzien, luxe en glamour
gaan dan vaak voor.
Als haren echter...
in het doucheputje achterblijven
of op een ander hoofdkussen belanden,
vinden we het 'vies'.
We gruwelen
van één losse haar in ons eten,
maar kussen zonder blikken of blozen
een harige hond of kat op zijn snuit.
Blijkbaar tolereren we
de losse haren van
een andere diersoort
sneller dan die van onszelf.
Bijzonder toch...
hoe snel iets verandert van 'mooi'
naar 'vies' zodra het de kern verlaat.
Het laat zien...
hoe onze menselijke drang
naar controle en perfectie
eigenlijk heel vermakelijk is.
⸻
We verven, stijlen en knippen
wat af met z'n allen.
Misschien juist omdat we
het leven niet kunnen controleren,
proberen we ons haar te controleren.
En als dat wegvalt,
valt er een masker weg.
Een stukje van onze identiteit.
En identiteit
zit vast aan routine.
Ook ik verloor.
Niet alleen veel haar,
maar ook mijn handleiding ervoor.
Het 'temmen' van mijn haar
lukte niet meer.
Mijn haarzakjes besloten
na een shock te rebelleren.
De structuur te veranderen.
Producten waar ik jaren
zorgvuldig naar had gezocht,
konden regelrecht
de prullenbak in.
⸻
Loslaten is een vorm
van microsneuvelen.
Je moet een nieuwe handleiding
voor jezelf schrijven.
En deze ervaring,
mijn transformatie van binnen en van buiten omschrijven
en een klein stukje daarvan open delen,
zorgt ervoor dat ik een intense periode
makkelijker een plek kan geven.
Juist door er met een open en
relativerende blik naar te kijken.
Met tranen én de nodige humor.
Want een verandering die niet vrijwillig is
— zoals een bezoekje aan de kapper —
dwingt je tot acceptatie.
Het confronteert je
met de kwetsbaarheid
van je lichaam, je leven,
maar ook met de dankbaarheid die ik voel.
Dat ik überhaupt nog haar heb.
Als een emotioneel anker.
Niet voor een ander.
Maar voor mezelf.
Vooral nu.
Nu mijn haar minder is,
mijn bewegingen langzaam,
mijn energie beperkt,
mijn wereld klein,
maar juist rijker voelt.
⸻
Deze foto vangt ín één beeld:
Verlies.
Liefde.
Troost.
En de heerlijke absurditeit van het leven.
Het eren van mijn overleden poes
én mijn oude volle haardos.
Met een knipoog,
die de zwaarte er direct vanaf haalt.
Want wat ik vanbinnen voel,
de heelheid die ik ervaar,
is nooit met haar op te vullen.
Vergeleken met mensen
die helemaal geen haar meer hebben,
besef ik des te meer
hoeveel ik nog heb
om dankbaar voor te zijn.
Mijn nieuwe haar herinnert me er elke dag aan
dat mijn lichaam, opnieuw,
een enorme strijd heeft overleefd.
Het is even wennen.
Het is anders.
Maar ook verfrissend
om de oude gebruiksaanwijzing
eens los te laten
en te kijken wat de nieuwe structuur
me te bieden heeft.
Te genieten
van de nieuwe ontdekkingen
die de spiegel me laat zien.
En zolang...
er geen duivenpoep aan te pas hoeft te komen.
Kijkt mijn spiegel...
me lachend aan.
⸻
Liefs Yvonne 💞
Foto: ter herinnering aan Cootje en onze harige tijd samen.
28-7-2026